Info-avonden
Op donderdag 27 mei 2010 info-avond over BZC in de Kraamkaravaan (Kraamzorg Expertisecentrum), Gent.
Van 19.30- 21.30u, Mageleinstraat 21G, 9000, Gent.
| Baby-zindelijkheids-communicatie |
|
|
|
|
Kunnen baby's al zindelijk zijn? Het antwoord is: ja. Ik heb het namelijk met eigen ogen gezien èn later bij mijn eigen kind, ervaren. Ik kwam voor het eerst met dit verschijnsel in aanraking toen ik in 2003 op een bijeenkomst in de open lucht een vrouw zag zitten met een baby op schoot van 5 maanden oud. Op een gegeven moment begon de baby onrustig te doen, waarop de vrouw zich verontschuldigde en zich naar de bosjes even verderop begaf. Daar hield zij haar baby in een bepaalde houding en toen begon de baby te plassen. Een tijdje later herhaalde dit tafereel zich nog een keer. We waren allemaal geïnteresseerd hoe dit nu mogelijk was, dus de vrouw begon hierover te vertellen. Ze legde uit dat ze haar inspiratie had gehaald uit het boek 'Diaper Free!' van Ingrid Bauer, en haar website. Ik vond het zo leuk en bijzonder, dat ik deze naam en titel opschreef met het idee: als ik ooit zwanger ben, ga ik dat ook doen!
Zo gezegd, zo gedaan. In 2005 kreeg ik een dochter. Persoonlijk vond ik het wel prettiger om aanvankelijk toch luiers te blijven gebruiken. Maar ook zetten mijn vriend en ik haar vanaf dag 1 wel regelmatig op het potje, mèt resultaat. Na 3 maanden heeft ze -op 2, 3 uitzonderingen na- alleen nog maar gepoept in het potje! Voor de plasjes hadden we meer tijd nodig, maar met 16 maanden was Hannelore dan helemaal uit de luiers. Daarvoor was ze dat al een hele tijd part-time. Want er waren situaties waarvan we al vroeg wisten dat ze droog zou blijven, zoals in de draagdoek en in de autostoel. Het eerste wat we deden als we haar daar dan uithaalden, was haar even een plasje laten doen. En Hannelore wist dit, waardoor ze het dan ook zolang ophield. Bij lange wandelingen in de doek, of lange autoritten, haalden we haar er wel tussendoor uit voor een plas.
Hoe werkt het dan? De term baby-zindelijkheids-communicatie, afgekort bzc, zegt het eigenlijk al: het heeft te maken met communicatie tussen jou en je kind. Je kunt leren de lichaamstaal van je kind te begrijpen, en je kind kan wat je zegt en doet ook begrijpen. Zo speel je op elkaar in. Er zijn eigenlijk 4 factoren die meespelen in het baby-zindelijkheidsproces: -Observatie -Ritme/Timing -'Que'-geluidje en -positie. -Intuïtie Observatie: Door goed observeren van je kind zie je wanneer ze haar behoefte doet/moet doen. Je zult merken dat er een bepaald ritme in zit: om de zoveel tijd. En op bepaalde vaste momenten. (Tijdens/na het voeden, na het slapen,..) Het beste observeer je je kind als ze geen luiers draagt. Haar leggen op een schapenvachtje met daarover een katoenen doek die je makkelijk kunt vervangen, is ideaal. Als je je kind draagt in een doek kan je het ook merken als het al te laat is : ) maar ook aan de bewegingen die er aan voorafgaan. Zo leer je je kinds patroon herkennen, waar je dan op inspeelt. Hou er wel rekening mee dat dit patroon natuurlijk verandert naarmate je kindje ouder wordt. Door observeren leer je niet alleen het patroon herkennen, maar ook de bijbehorende gezichtsuitdrukkingen, geluidjes en andere lichaamstaal. Zo leer je de signalen op tijd herkennen. Ritme/Timing: Bouw vaste momenten in waarop je je kind op het potje zet, (of buiten, of boven de wastafel,...) kortom de gelegenheid geeft om zijn behoefte te doen. Goede momenten en wanneer je kind vaak zal moeten, zijn: direct na het slapen, na het voeden, na het zitten in de draagdoek en na het zitten in de autostoel, enz. Je kindje leert deze momenten te herkennen en zal zijn behoefte dan ook gaan ophouden tot die momenten (als er niet te veel tijd overheen gaat natuurlijk). Jullie kunnen natuurlijk jullie eigen geschikte momenten vinden. Ook is het raadzaam om vòòr het slapen, lange wandelingen en autoritten, je kind eerst nog even de gelegenheid te geven om te 'gaan'. Verder volg je het ritme van je kind, die je door de observatie hebt leren herkennen. Que-geluidje en positie: Iedere keer als je merkt in het begin dat je kind pipi of kaka doet, kun je een bepaald geluidje maken. Kies hiervoor 1 bepaald geluid, bijvoorbeeld 'psssj'. Zo gaat je kindje dit geluid associëren met pipi en kaka doen. Als je haar op het potje zet (of elders waar ze mag gaan), maak je dit geluidje weer. Je baby leert dat je daarmee aangeeft dat ze haar behoefte nu rustig kan doen. Dit in combinatie met de positie waarin je haar houdt, zorgt voor herkenning van het moment waarop ze 'mag'. Intuïtie: Soms kan je vanuit het niets ineens denken: hee, zou hij moeten plassen? Soms zegt dan je verstand: nee, joh, hij is nog maar net geweest. Maar dan heeft vaak je intuitie toch gelijk...
Het bovenstaande kan voor sommigen ingewikkeld klinken, maar dat is het niet. Het is een natuurlijke, vergeten manier van omgaan met je kind. In ander culturen, waar mensen geen luiers gebruiken, wordt het nog veel toegepast. Het is onzin dat de sluitspieren nog niet voldoende ontwikkeld zouden zijn. Er zijn inmiddels genoeg voorbeelden van te vinden die aantonen dat het wel kan. Een baby heeft een natuurlijke behoefte om in een schoon 'nest' te zijn, en houdt haar behoefte (met name kaka) liever op, dan haarzelf te bevuilen. Mogelijk ligt hierin zelfs een verklaring voor darmkrampjes... Wij vonden het zelf in elk geval altijd een genot om te zien hoe relaxed en uitgebreid onze Hannelore, slechts enkele maanden oud, op het potje kon zitten. En veel minder schoonmaakwerk achteraf!
Wat ik hierboven schreef is slechts een beknopte uitleg. Denk je erover om het zelf toe te gaan passen, raad ik je aan (een van) de volgende boeken te lezen: (Beide boeken kun je bij me lenen)
Verder kun je ook kijken op deze links:
Op dinsdag 30 maart en donderdag 27 mei 2010 geef ik hierover een info-avond in het Kraamzorg Experstisecentrum, Gent. Van 19.30- 21.30u, Mageleinstraat 21G, 9000, Gent.
|


